Bachelor verpleegkunde Howest

Mantelzorg is alle extra zorg die mensen geven aan familieleden of vrienden die tijdelijk of permanent hulpbehoevend zijn als gevolg van een fysieke of verstandelijke beperking of een psychische aandoening. De zorg die verleend wordt vloeit voort uit een sociale relatie en verloopt dus buiten het kader van vrijwilligerswerk of professionele hulpverlening. 

Onderzoek van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (Vanderleyden & Moons, 2010) wees uit dat 18% van de Vlamingen tussen 18 en 85 jaar regelmatige verzorgers zijn (dagelijks tot wekelijks). Gebaseerd op deze cijfers en de laatst gepubliceerde bevolkingscijfers van de Vlaamse Regering, kan het aantal mantelzorgers in 2010 geschat worden op 885.000.

Extra zorg

De grens tussen ‘gewone’ zorg en mantelzorg is vaak moeilijk te trekken. Iedere persoon zorgt immers op een of andere manier reeds voor een ander. Mantelzorg gaat echter over extra zorg. Dit is alle zorg die méér is dan men normaal al doet. Zo is af en toe het gras afrijden op vraag van je ouders geen mantelzorg. De afwas doen omdat je ouders een visuele beperking hebben en het dus zelf niet meer kunnen, is wel mantelzorg. Elke dag warm eten klaarmaken, wassen en strijken voor je partner is op zich geen mantelzorg. Indien je man of vrouw echter een CVA gehad heeft en hulp nodig heeft bij diverse taken, dan is alle extra ondersteuning die je biedt mantelzorg.

Pathologie

 De hulp wordt gegeven aan iemand uit de directe omgeving die tijdelijk of permanent hulpbehoevend is. De oorzaak van de hulpbehoevendheid kan zowel lichamelijk als psychisch zijn. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen aangeboren en verworven aandoeningen.
Voorbeelden: een depressie, een CVA, dementie, syndroom van Down, een trauma (val met de fiets, auto-ongeval, een klap op het hoofd enz.), postoperatieve zorgverlening, cerebral palsy enz.

 
 

Een sociale relatie

Een noodzakelijke voorwaarde bij mantelzorg is de aanwezigheid van een sociale relatie tussen de mantelzorger en de persoon voor wie gezorgd wordt. Voordat de zorgsituatie ontstond, was er dus al een sociale band tussen beide partijen. Soms begint de zorg op het moment dat de sociaal-emotionele band ontstaat, bijvoorbeeld de band tussen de moeder en het kindje met een congenitale (aangeboren) aandoening. In het ideale geval is de band tussen mantelzorger en hulpbehoevende zeer hecht, waardoor zorg opnemen vanzelfsprekend lijkt.

  • Jeanine (61 jaar) vertelt: “Mijn moeder heeft zoveel jaar van haar leven opgeofferd om voor mij en mijn broers te zorgen toen we klein waren. Nu zij moeilijker te been is en hulp nodig heeft, ben ik blij dat ik nu iets voor haar kan terugdoen. Het geeft me een goed gevoel en ik weet dat zij blij is met mijn aanwezigheid in huis.”
  • Marc (42 jaar) vertelt: “Mijn vrouw en ik hebben veel aan elkaar. Enkele jaren geleden werd bij haar multiple sclerose vastgesteld. Ze is intussen gekluisterd aan haar rolstoel en heeft problemen met haar zicht. Ondanks de zware zorg hebben we veel plezier. Wanneer ze er plots niet meer zal zijn, zal dat wennen zijn… We beseffen dat we van ieder moment moeten genieten… en dat doen we ook!.”

In andere zorgsituaties is de band tussen mantelzorger en hulpbehoevende eerder rationeel of kil. Bij deze mantelzorgers merkt men vaker dat zij zorgen uit negatieve motieven. Zij zijn dan ook vatbaarder voor overbelasting.

  • Martine (58 jaar) vertelt: “In het begin deed ik enkel boodschappen voor mijn buurvrouw. Ze kon zo moeilijk uit de voeten en ik voelde me wat… moreel verplicht. Die dame had namelijk geen kinderen of kleinkinderen. Na verloop van tijd, toen ze meer en meer hulp nodig had, kwam daar ook wassen, kleden, vervoeren… kortom het hele huishouden bij. Ze is intussen al overleden, maar ik heb haar nooit durven zeggen dat de zorg voor mij heel moeilijk combineerbaar was met mijn eigen gezin en mijn voltijdse job.”
  • Johan (51 jaar) vertelt: “De relatie met mijn vader is nooit optimaal geweest. Het is pas sinds enkele jaren dat wij eigenlijk terug echt contact met elkaar hebben. Na zijn ongeval, nu twee jaar geleden, was er niemand van mijn broers bereid om bij te springen in het huishouden. Ik heb de zorg dan maar op mij genomen. De band met mijn vader is intussen al iets verbeterd, maar toch vind ik het soms lastig om elke dag paraat te staan.”

Aantal mantelzorgers

Mantelzorg kan door één of meerdere personen gegeven worden. Niet iedere mantelzorger neemt noodzakelijkerwijs evenveel taken op zich. Diegene die het grootste deel van de zorg op zich neemt, wordt de primaire of centrale mantelzorger genoemd. Indien een mantelzorger inwoont, is hij of zij doorgaans de primaire mantelzorger: hij of zij coördineert de zorg en/of de externe contacten met professionele hulpverlening. Als er geen inwonende mantelzorger is, tekent zich meestal in een vroeg stadium een rolverdeling af tussen de kinderen, broers, zussen, vrienden enz.

Hoewel de meeste mantelzorgers slechts voor één persoon zorgen, zorgen velen voor meerdere hulpbehoevenden tegelijkertijd. Vlaams onderzoek toont aan dat vier op vijf mantelzorgers voor één hulpbehoevende zorgt; 17% geeft zorg aan twee personen; 4% aan drie of meer zorgbehoevenden.  Acht procent van de Vlaamse geregistreerde, vrouwelijke mantelzorgers zorgt voor meer dan één zorgbehoevende. Bij mannelijke mantelzorgers is dit slechts 5%. Mensen die zorgen voor hun partner hebben in 90% van de gevallen slechts één persoon voor wie zij zorgen.

 

Aantal zorgbehoevende personen

Hoewel de meeste mantelzorgers slechts voor één persoon zorgen, zorgen velen voor meerdere hulpbehoevenden tegelijkertijd. Vlaams onderzoek toont aan dat vier op vijf mantelzorgers voor één hulpbehoevende zorgt; 17% geeft zorg aan twee personen; 4% aan drie of meer zorgbehoevenden. 

Acht procent van de Vlaamse geregistreerde, vrouwelijke mantelzorgers zorgt voor meer dan één zorgbehoevende. Bij mannelijke mantelzorgers is dit slechts 5%. Mensen die zorgen voor hun partner hebben in 90% van de gevallen slechts één persoon voor wie zij zorgen.

 

Het verschil met vrijwilligerswerk en professionele hulpverlening?

Mantelzorg wordt niet verleend binnen het kader van een hulpverlenend beroep of georganiseerd vrijwilligerswerk. De mantelzorger kan dus zowel een ouder, (klein)kind, broer, zus, buur of vriend(in) zijn van de hulpbehoevende persoon. De thuisverpleegkundige, verzorgende of vrijwilliger die aan huis komen, zijn geen mantelzorgers. Hun engagement komt voort vanuit de organisatie waar zij voor werken. Voor vrijwilligers vervaagt de scheidingslijn soms op den duur. Vrijwilligers worden vaak vanuit het ziekenfonds naar hulpbehoevenden (en hun mantelzorgers) gestuurd en nemen een belangrijke ondersteunende taak op zich. Indien de band met de persoon voor wie men zorgt op termijn heel innig wordt, dan wordt de grens mantelzorger-vrijwilliger soms onduidelijk. Het verschil zit voornamelijk in de vrijheid om de taken op zich te nemen. Mantelzorgers hebben doorgaans niet de keuze om te zorgen voor iemand. Zij kunnen de zorg ook niet zomaar een dagje of een week overslaan omdat de combinatie met hun privéleven te zwaar wordt. Vrijwilligers kunnen hun engagement echter op een elk moment stopzetten.

 

Mantelzorg en informele zorg

De begrippen mantelzorg en informele zorg worden vaak door mekaar gebruikt. Toch is informele zorg niet helemaal hetzelfde als mantelzorg. Informele zorg is een ruimer begrip en omvat zowel de mantelzorg als zorg voor anderen in het kader van vrijwilligerswerk.